Gepubliceerd op woensdag 15 oktober 2008
Organisatie: Centrale Raad van Beroep
Ingevolge artikel 17, eerste lid, van de WW (oud) ontstaat voor de werknemer recht op uitkering indien hij in de 39 weken onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van de eerste dag van werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer heeft gewerkt. Op grond van artikel 17a, vierde lid, kunnen bij ministeriƫle regeling regels worden gesteld omtrent de berekening van bedoeld aantal van 26 weken. Deze regels hebben betrekking op de gelijkstelling van weken waarin geen arbeid is verricht in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is geworden met weken als bedoeld in artikel 17, onderdeel a, van de WW (hierna: regeling).